Vereniging

De Fûgel- en Natoerbeskermingswacht Eastermar is al meer dan een halve eeuw een vereniging met bij notaris vastgelegde statuten. De wacht is ook aangesloten bij de koepel, de Bond van Friese Vogelwachten. Het werkgebied van de Vogelwacht Eastermar omvat globaal het gebied oost van De Burgumer Mar en noord van De Leien, verder begrensd door de Boskwei-Seadwei, de Mountsjegruppe en de Bildwei naar Rottevalle. De oppervlakte van het werkgebied bedraagt ca 2500 ha.

De vereniging heeft een brede natuur en landschapsdoelstelling en onderscheidt zich van andere vogelwachten ook door een eigen opvatting over het benutten van natuur en landschap.

De wacht Eastermar heeft bijvoorbeeld als standpunt dat de “traditie” van het kievitseierenzoeken en -rapen een minder onschuldig ecologisch gebeuren is dan door de Bond van Friese vogelwachten wordt beweerd. Deze “traditie” is vooral gebaseerd op de kunst van het vinden van het eerste ei. Daarom zou het wijs zijn om direct na het vinden van het eerste kievitsei in alle Friese (vaste land) gemeenten, te stoppen met het zoeken en rapen. Want daarna moet door de gewijzigde omstandigheden in het veld direct de zorg voor de weidevogels aanvangen.
Alleen op deze wijze – is het verenigingsstandpunt – zijn er harde argumenten om onze “traditie” in stand te houden.

De Vogelwacht Eastermar verwacht van haar leden dat zij actief deelnemen aan de bescherming van natuur en landschap in de streek en meehelpen de (weide)vogelzorg uit te voeren. De vereniging huldigde als eerste wacht in Fryslân het standpunt dat iemand die kievitseieren rapen wil en mag, verplicht is aan zorg te doen. De vereniging vindt al vele jaren dat het rapen van kievitseieren buiten de eigen streek ongewenst is. Dat de wettelijke toestemming om de landerijen te betreden bij de eigenaar ligt en het vrije veld (it frije fjild) voorbij gegane glorie is. Dit is mede de reden waarom het bestuur streeft naar een hechte samenwerking met de (verenigde) boeren-veehouders en andere landeigenaren om de faunazorg en het inventarisatiewerk zo goed mogelijk te kunnen blijven uitvoeren.